Amstelveen,
16
maart
2018
|
08:30
Europe/Amsterdam

PGB verantwoordingen Wmo en Jeugdwet 2017

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft de verantwoordingen 2017 voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet vastgesteld. Dit zoals afgesproken met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De Raad van Bestuur van de SVB heeft vastgesteld dat de uitvoering van het Trekkingsrecht voor zowel de Jeugdwet als de Wmo onrechtmatig was in 2017. Het percentage van de rechtmatigheid was bij de Jeugdwet 89,52%. Bij de Wmo was dit 92,31%. Tegelijk constateert de Raad van Bestuur dat een duidelijke verbetering van de rechtmatigheid is gerealiseerd ten opzichte van 2016. Dit komt bijvoorbeeld door de inzet op kwaliteitsverbetering. Vanzelfsprekend blijft de SVB zich in 2018 inspannen om de rechtmatigheid van de trekkingsrechten pgb verder te verbeteren.

Rechtmatig of onrechtmatig

Een betaling is rechtmatig als de zorgovereenkomst en de declaratie voldoen aan álle formele eisen. Onrechtmatigheid betekent overigens niet dat alle 'onrechtmatige' betalingen door de SVB onterecht zijn gedaan. Vaak is de declaratie wel correct, maar ontbreekt er bijvoorbeeld een BSN op de declaratie. Hierdoor voldoen deze declaraties dan niet aan de officiële rechtmatigheidsnormen.

Over de uitvoering van PGB

Met ingang van 1 januari 2015 voert de SVB op grond van de Wmo en de Jeugdwet de betalingen van salarissen en declaraties uit ten laste van door gemeenten verstrekte budgetten in het kader van het trekkingsrecht persoonsgebonden budget. De SVB heeft in 2017 gemiddeld over het jaar voor alle wetten Trekkingsrecht pgb, namens in totaal circa 117.000 budgethouders, betalingen verricht aan circa 291.000 zorgverleners. Voor de uitvoering Wmo betreft dit ongeveer 59.000 budgethouders en circa 119.000 zorgverleners. Voor de uitvoering Jeugdwet gaat het om ongeveer 18.000 budgethouders en circa 54.000 zorgverleners.